Zoeken in deze blog

vrijdag 31 december 2010

Het sluimerend gevaar van epidemieën: ook in ons land!


Infectieziekten latent aanwezig
Als kinderverzorgster kom ik vaak in contact met zieke kinderen. Meestal zijn vele ziekten van voorbijgaande aard zonder al te grote impact voor het kind en zijn omgeving. Maar toch hoor ik van sommige ouders dat ze het niet nodig vinden hun kind te vaccineren tegen zogenaamde uitgestorven ziekten uit lang vervlogen tijden. Ik kan hun redenering enigszins volgen, waarom zou je vaccineren als de kans toch klein is dat je erdoor getroffen wordt. Maar wat als een bepaalde ziekte ooit terugkomt op grote schaal? Dienen we preventief toch beter niet alle kinderen van jongs af verplicht te vaccineren om erger te voorkomen? Want als er zich nog weinig vaccineren, dan stelt men zich toch bloot aan een toenemend risico? Het collectief belang van de volksgezondheid primeert toch op het individueel beslissingsrecht van de ouders? 
Mijn huisdokter adviseert me in ieder geval te kiezen voor preventief vaccineren. Want een virus onder controle hebben in de wereld betekent volgens mijn dokter nog niet dat deze ziekte uitgeroeid is. Opflakkeringen van virale ziekten zijn steeds reëel, zo getuigen ook sommige recente onderzoeken. Dan toch maar best niet te vroeg victorie kraaien zeker?...

Eind november 2010 waarschuwden medische experts voor een nieuwe opstoot van infectieziekten zoals mazelen en hepatitis in België en de buurlanden. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, blijkt dat de kans op een uitbraak van infectieziekten steeds mogelijk is. Het vaccin- en infectieziekteninstituut Vaxinfectio van de Universiteit Antwerpen werd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangesteld om dit sluimerend gevaar in Europa aan te pakken[1].


Oorzaken volgens DE SWAAN in de 19de eeuw
DE SWAAN A. maakt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ een schets van de verplichte invoering van hygiënemaatregelen tegen de stedelijke vervuiling in de 19de eeuw. DE SWAAN beschrijft hoe de opkomende industrie ervoor zorgde dat de bevolking in de steden explosief toenam vanwege de massale plattelandsvlucht. Migranten gingen zich concentreren in armere delen van de stad. In korte tijd werd de samenleving in de stad echter vatbaar voor massa-epidemieën. Om deze negatieve effecten van de armere buurten aan te pakken, ging de heersende elite zich (weliswaar in eerste instantie uit eigen belang) ontfermen over de levensomstandigheden van de armere buurten. Sanitaire maatregelen werden getroffen en collectieve dienstverlenende netwerken (zoals aanleg van verharde wegen, rioleringen, afvalophaling, elektriciteit…) werden opgericht. Deze beleidsbeslissingen zorgden er in sterke mate voor dat epidemieën met resultaat werden ingedijkt[2].

Het preventief invoeren en bestendigen van sanitaire en bestuurlijke maatregelen zijn met andere woorden ook in onze tijd met het groter worden van de wereldbevolking een must voor het onder controle houden van epidemieën. Het verschil met vroeger en nu is dat de kennis van de medische wetenschap explosief is toegenomen. Voor zowat de meeste virussen bestaan er vaccins op de markt, waar dit vroeger niet bestond. Eén prik kan nu beslissen over leven en dood.


Oorzaken volgens de Universiteit van Antwerpen (Vaxinfectio)
De woordvoerder van Vaxinfectio, VAN DAMME P., geeft aan dat infectieziekten zoals hepatitis, mazelen, rubella en tyfus steeds vaker gesignaleerd worden in onze contreien. Een verklaring hiervoor is dat deze ziekten vooral komen overgewaaid uit Centraal en Oost-Europa. Door de toenemende migratiestromen uit deze landen naar onze steden, gaan deze ziekten zich opnieuw gaan verspreiden[3].


Waakzaam blijven en vaccineren verplichten!
Voor het algemeen fysiek welzijn van onze samenleving blijft persoonlijke hygiëne van een onmiskenbaar groot belang. Dat er hiervoor publieke instellingen bestaan die toezien op de hygiëne van de bevolking, lijkt niet meer dan normaal. In vele landen blijkt echter dat de publieke overheden onvoldoende inspanningen doen voor het fysiek welbevinden van hun bevolking. Verplichte vaccinatieprogramma’s in ieder land zouden op zijn minst tot het standaardpakket moeten behoren ter preventie van massa-epidemieën.
De internationale instellingen dragen in deze materie een grote verantwoordelijkheid, daar infectieziekten geen rekening houden met geografische landsgrenzen. Iedereen heeft ten slotte baat bij een internationale aanpak. Want elke burger heeft immers recht op een basisgezondheidszorg, ja toch?! 

 


[1] (2010, 25 november) Antwerpen bestrijdt mazelen en hepatitis in Europa. De Gazet van Antwerpen, www.gva.be.
[2] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.129-132.
[3] (2010, 25 november) Antwerpen bestrijdt mazelen en hepatitis in Europa. De Gazet van Antwerpen, www.gva.be.

Heksenjacht in Haïti

Onheilspellende berichten in de actualiteit over de verspreiding van cholera en het ontstaan van een heksenjacht op geloofsbelijders van de voodoo-religie, deden mijn wenkbrauwen onlangs fronsen. Herkende ik sommige stukken van deze situatie niet met passages uit het boek van DE SWAAN toen hij het had over de ingrijpende effecten van cholera? Ik meen hier zelfs een vergelijking te kunnen maken tussen het heden en het verleden met dat verschil: de tijd, met name 'slechts' een paar honderd jaar... Hieronder volgt mijn relaas.

Een situatieschets
In januari 2010 werd het armste land in de Caraïben getroffen door een alles verwoestende aardbeving. Een ongekende internationale hulpactie werd op poten gezet om het lot van de plaatselijke bevolking te verzachten. Enkele maanden na de aardbeving brak de cholera uit. Duizenden zijn er besmet en naar schatting een paar duizend mensen komen te overlijden aan deze 19de eeuwse ziekte[1]. Alsof dit nog niet genoeg is, ontstaat er op het Haïtiaanse platteland een heksenjacht op mensen die verdacht worden van het verspreiden van cholera met behulp van zwarte magie. Reeds tientallen mensen werden vermoord tijdens barbaarse lynchpartijen[2].


De rol van de overheid
DE SWAAN geeft in zijn boek ‘Zorg en de staat’ vanuit een historisch standpunt vooral reacties op het uitbreken van epidemieën. Een rechtstreeks effect was dat de rijke klasse zich ging wegtrekken uit de industriële centra waar de arbeiders in onhygiënische omstandigheden samenhokten. Een indirect effect was dat de opstoot van cholera-epidemieën in de 19de eeuw de rijkere klasse ertoe aanzette op een hygiënischer manier te leven. Deze propere manier van leven ging stelselmatig deel uitmaken van de etikette van de elite. Langs deze weg kon de elite zich qua levensstijl nog meer distantiëren van de lage sociale klasse. Wegens het gunstig effect van het treffen van hygiënemaatregelen, onstond geleidelijk aan de noodzaak stedelijke sanitaire en bestuurlijke hervormingen te treffen. Sanitaire voorzieningen zoals afzonderlijke rioleringen werden vervolgens in de steden aangelegd in het algemeen belang van de volksgezondheid. De collectivisering van deze publieke goederen werden gefinancierd door het heffen van gemeentebelastingen[3].
     
Nu is het echter zo dat Haïti op bestuurlijk vlak echter uitblinkt in een politiek zwak bewind waar corruptie en armoede onder de bevolking de grootste zekerheden in het leven zijn. Jarenlang hebben de Franse en Amerikaanse autoriteiten zich als oud-koloniale overheersers weinig ontfermd over dit land, waardoor de wortels gezaaid werden voor een politiek instabiel bestuur. Grote delen van de bevolking leven ver onder de armoedegrens in sloppenwijken[4]. Van stedelijke sanitaire en bestuurlijke hervormingen is er in de realiteit amper sprake. Velen berusten zich in deze situatie en zoeken hun toevlucht onder meer in de plaatselijke religie: voodoo.


De rol van religie
Een extra dimensie die hier een rol speelt in het omgaan met cholera, is deze van het geloof. Sedert 2003 is in Haïti ‘voodoo’, die een mix van elementen bevat uit Afrikaanse religies en de Rooms-Katholieke Kerk, erkend als een officiële godsdienst. Deze godsdienst erkent één god maar heeft ook elementen van zwarte magie en tovenarij. In het verleden hebben de meeste Haïtiaanse presidenten voodoo gesteund en vaak misbruikt als het hen goed uitkwam om aan de macht te blijven[5]. Radicale voodooaanhangers worden er dus niet toevallig vaak beschermd door de overheid.


Correcte informatie - reactie van de internationale gemeenschap
In een eerste instantie is het de plicht van de plaatselijke overheden om te wijzen op de werkelijke oorzaken van de verspreiding van cholera. Bij veel mensen ontbreekt de kennis dat niet religie, maar contact met vervuild water en uitwerpselen aan de basis liggen van deze epidemie. Barbaarse acties op basis van religieuze overtuigingen dienen streng bestraft te worden door de overheid.
Analoog naar het voorbeeld van Zimbabwe die kampte met een cholera-epidemie in 2008, mag een reactie van de internationale gemeenschap niet uitblijven[6]. De fondsen die ingezameld werden als gevolg van de aardbeving, dienen efficiënt besteed te worden voor de heropbouw en aanleg van sanitaire voorzieningen. Toezicht en ingrijpen waar nodig door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) spreekt voor zich. Het is in het belang van het welzijn van de bevolking dat er gebouwd wordt aan een goed en daadkrachtig politiek bestuur, waar sanitaire en bestuurlijke maatregelen evident deel van uit maken. Tenslotte heeft ieder mens op zijn minst recht op proper drinkwater en een dak boven zijn hoofd, hopelijk binnenkort ook alle Haïtianen!


[1] (2010, 3 december) “Voodoo-priesters verspreiden Cholera op Haïti met zwarte magie”. Geraadpleegd op 3 december 2010, op www.vandaag.be.
[2] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.133, 148.
[3]2010, 3 december) Bloedige heksenjacht in Haïti door cholera: al 15 gelyncht. Het Laatste Nieuws, www.hln.be.
[4] VAN DORSSELAER, I. (2010, 3 september) Latrines zijn niet sexy. De Standaard, p.42.
[5] Vodou. Geraadpleegd op 26 december 2010, op http://nl.wikipedia.org/wiki/Vodou.
[6] Cholera-uitbraak in Zimbabwe in 2008-2009. Geraadpleegd op 26 december 2010, op http://nl.wikipedia.org/wiki/Cholera-uitbraak_in_Zimbabwe_in_2008-2009.

Onderwijs en gezondheid

België is gekend voor zijn kwalitatief onderwijssysteem. Voor een land die slechts zo groot is als een zakdoek, is de keuze aan scholen (inclusief de hogescholen, universiteiten en het volwassenenonderwijs) zeer uitgebreid. Maar dit betekent nog niet dat een hoog aanbod van onderwijsinstellingen gelijkstaat met het verdwijnen van laaggeschoolden. Hoewel ons onderwijssysteem in sterke mate democratisch oogt, zijn er nog veel mensen die zonder diploma afstuderen.
Hoe komt dit? Welke oorzaken liggen mede aan de basis hiervan? Is de democratisering van het onderwijs doorheen de geschiedenis wel voldoende positief geëvolueerd? Schept ons onderwijssysteem sociale ongelijkheid? En wat zegt DE SWAAN over het belang van het onderwijs?
Het feit is dat recente onderzoeksbevindingen aantonen dat mensen met geen of een lager diploma, ook op andere gebieden vaak negatieve gevolgen ervaren. In deze bijdrage ga ik deze problematiek even van naderbij bestuderen. Leest u even mee.  

Laaggeschoolden hebben een lagere levensverwachting
In het najaar van 2010 publiceerde de Koning Boudewijnstichting een opmerkelijke studie over de sociale ongelijkheid inzake gezondheid in België[1]. Een werkgroep met leden uit verschillende wetenschappelijke disciplines is tot de conclusie gekomen dat laaggeschoolden niet alleen een lagere levensverwachting hebben, maar ook op vroegere leeftijd te kampen krijgen met een mindere gezondheid. Men heeft met andere woorden een verband vastgesteld tussen het al dan niet hebben van een diploma en de gezondheidstoestand van een persoon.


Het belang van onderwijs
DE SWAAN gaat in zijn boek 'Zorg en de staat' op zoek naar de onstaanscontext van het openbaar onderwijs. Met de opkomst van de (pre-)industriële samenleving werden volksscholen opgericht die ertoe dienden de nationale taal eigen te maken aan de burgers van de nationale staat. Het verspreiden van de kennis van de taal zorgde ervoor dat het gewone volk de taal van het bestuur en dus de opgelegde regels beter ging begrijpen. Evenals de vrije handel in goederen tussen nationale onderdanen over het land plukte hiervan de vruchten. Een ander besproken extern effect van het ontstaan van een democratisch onderwijssysteem doorheen de geschiedenis, is dat het mogelijk werd voor lagere sociale klassen om de sociale ladder op te klimmen. Een nieuwe elite ontpopte zich die in de samenleving stelselmatig nieuwe functies ging bekleden. Een illustratie hiervan is het ontstaan van ambtenaren in de staatsadministraties. Voor een niet gering aantal mensen betekende het volgen van onderwijs een springplank om carrière te maken en het zich aanmeten van een hogere sociale status[2].

Zoveel jaar later in de tijd, tonen onderzoeksresultaten van de Koning Boudewijnstichting aan dat het behalen van een hoger diploma inderdaad niet alleen naar carrière toe maar ook op het vlak van gezondheid tal van voordelen biedt. Wie geen enkel diploma heeft behaald, leeft aanzienlijk minder lang dan iemand die wel een diploma op zak heeft[3]. Dat deze studie extra aandacht verdient, wordt gestaafd door recente cijfers die aantonen dat maar liefst 1 op de 7 jongeren de school verlaat zonder een diploma middelbaar onderwijs[4]. De voordelen die een diploma biedt zijn nochtans legio: werk, een vast inkomen, sociale netwerken, aanzien, de kans op zelfontplooiing… Genoeg redenen dus om het belang van een diploma niet te onderschatten.


Verklaringen voor een mindere gezondheid
Zwart op wit verklaringen waarom iemand zonder diploma minder lang leeft, worden er niet gegeven in de studie van de Koning Boudewijnstichting. Persoonlijk kan ik een aantal verklaringen opsommen: laaggeschoolden voeren meestal fysiek zwaardere jobs uit in soms ongezonde omstandigheden; laaggeschoolden beschikken over een lager inkomen waardoor ze minder gefortuneerd zijn om te voorzien in medische zorgen; laaggeschoolden zijn vaker geconfronteerd met ongezonde leefomstandigheden (bvb. minder goed geïsoleerde woning)... Deze verklaringen tonen aan dat de impact van het wel of niet behalen van een diploma verstrekkende gevolgen kan hebben op de gezondheidssituatie van een individu. Genoeg werk aan de winkel dus om iets aan deze vorm van sociale ongelijkheid te doen!


De noodzaak van een evenwichtig sociaal beleid
Cruciaal is er de politieke verantwoordelijkheid van de onderwijsministers in ons land. Verdere democratische hervormingen op het vlak van onderwijs dringen zich op in onze kennismaatschappij. Zeker als men wil dat kinderen in armere gezinnen dezelfde kansen krijgen als kinderen uit rijkere gezinnen. Probleemgebieden, zoals het groot aantal schoolverlaters zonder diploma in grootstedelijke gebieden, dient men in kaart te brengen. Het is van prioritair belang proactief in te grijpen door consequent op te treden naar spijbelgedrag. En reactief dient men te zorgen voor een opvangnet van schoolverlaters zonder diploma. Want het kan toch niet zijn dat in ons systeem van leerplicht tot 18 jaar een jongere slechts extra aandacht krijgt tot hij de schoolbanken definitief ‘adieu’ zegt?  


[1] (2010, 12 oktober) De sociale ongelijkheid inzake gezondheid blijft hardnekkig hoog in België. Brussel: Koning Boudewijnstichting, geraadpleegd op 26 december 2010, op www.kbs-frb.be.
[2] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p. 66, 89, 92, 126.
[3](2010, 21 september) Ongelijk maakt ongezond. Metro, p.4; (2010, 8 november) Hogergeschoolden leven langer. Het Nieuwsblad, www.nieuwsblad.be
PEETERS, G. (2010). Sociale ongelijkheid in gezondheid. S-magazine, 38, 2.  
[4] (2010, 27 november) 1 op 7 jongeren behaalt geen diploma secundair onderwijs. De Morgen, www.demorgen.be.

dinsdag 23 november 2010

Onvoldoende opvang voor duizenden asielzoekers in België

DE SWAAN heeft het in zijn boek meermaals over de armen die tijdens de Nieuwe Tijd geweerd werden door de steden en gemeenten. Hij beschrijft de angst van de inheemse bevolking voor de zwervende arme vreemdelingen. Ze kregen de stempel van dieven, verspreiders van ziekten en misdaad. Deze bevolkingsgroep diende bestreden te worden door bijvoorbeeld hoge stadmuren te bouwen en de stadspoorten gesloten te houden. Nu vroeg ik me af in hoeverre mate er heden ten dage nog bevolkingsgroepen zijn die min of meer beschouwd worden als een bedreiging voor onze samenleving. Al vlug botste ik op het probleem van de (economische) migratie. Zo haalt met de regelmaat van de klok het onderwerp van de toevloed aan asielzoekers het nieuws. Hoe komt het toch dat deze groep mensen - voor zover we ze als één groep kunnen beschouwen, want deze mensen hebben meer verschillen dan gelijkenissen, denk maar aan origine en cultuur- telkens maar opnieuw op een weinig rooskleurige manier het nieuws halen? Deze vraag stel ik mezelf. Zijn deze mensen werkelijk een probleem voor onze samenleving? Vormen ze een bedreiging voor onze sociale zekerheid? Moeten we terug grenscontroles voorzien zoals destijds iedere stad zijn hebben en houden verdedigde tegen vreemden? Een poging tot het vinden van een antwoord op al deze vragen lijkt me meer dan de moeite waard. Hieronder vindt u mijn visie op dit 'oud' zeer...  

Explosieve stijging aantal asielzoekers
De afgelopen maanden is er een opmerkelijke stijging van asielaanvragen in België, ondanks de grote regularisatiecampagne eind 2009. Door een gebrek aan een consequent politiek beleid, dreigen naar schatting 6000 tot 7000 asielzoekers geen onderdak te hebben tegen de aankomende eindejaarsperiode[1].
Diverse hulporganisaties zoals Vluchtelingenwerk Vlaanderen waarschuwen voor een humanitaire crisis als er niet dringend wordt opgetreden. De kandidaat-vluchtelingen worden aan hun lot overgelaten en dreigen onverbiddelijk in de armoede te vallen[2].

Asielzoekers: de nieuwe generatie ‘gevaarlijke armen’?
DE SWAAN A. maakt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ een schets van de collectivisering van de armenzorg in de westerse maatschappij gedurende de voorbije vijfhonderd jaar. De migratie van armen naar de steden deed zich vooral voor wanneer het elders op het platteland en in andere steden minder goed voor de wind ging. Met de opkomst van de nationale staten werd voorzien in subsidies om de armen te onderhouden op het niveau van de steden. Deze vorm van gelijke lastenverdeling werd bekomen nadat eerder gebleken had dat de solidariteit tussen de steden voorheen faalde. Geen enkele stad wou immers in perioden van hongersnood en economische crisissen instaan voor het onderhoud van arme vreemdelingen. Deze vreemdelingen werden dan ook beschouwd als een algemene bedreiging voor de stadskas[3].

Heden is het echter zo dat kandidaat-vluchtelingen de Belgische instellingen overspoelen, waardoor de effecten van de duurzame initiatieven voor asielzoekers op de helling komen te staan. Een gecoördineerde solidaire to the point aanpak van het asielprobleem door de overheid dringt zich met andere woorden nu ook op. Al was het maar om te vermijden dat asielzoekers – zoals bepaalde politieke partijen insinueren – de stempel van ‘gevaarlijke armen’ opgeplakt krijgen, wat tot een voedingsbodem voor extremisme kan leiden.

Liever kwijt dan rijk in tijden van economische crisis
In groeiende economische tijden wordt er op internationaal vlak steevast reclame gemaakt om economische migranten hier tewerk te stellen. Wanneer het dan slecht gaat, kunnen politici niet snel genoeg een halt toeroepen aan de toestroom van vreemdelingen. Diezelfde vreemdelingen die dan als het ware een arbeidsreservoir vormen voor wanneer de economie terug opleeft.
De financiële draagkracht alsook de werking van de gemeenten (de OCMW’s) en de federale bevoegde instanties (FEDASIL, het Commissariaat voor Vluchtelingen en Staatlozen, Vreemdelingenzaken), schieten momenteel ernstig tekort aan het uitvoeren van hun basisopdrachten[4]. Dat men deze sterk heterogene bevolkingsgroep dan liever kwijt is dan rijk, hoeft geen betoog. Zelfs staatsbezoeken van ontslagnemend premier Y. LETERME en bevoegd staatssecretaris voor asiel en migratie M. WATHELET aan een aantal Oostbloklanden, dienden ervoor de plaatselijke bevolking expliciet af te raden naar België te komen voor het aanvragen van asiel[5]. 

Remedies?
De politieke impasse van de afgelopen jaren in België heeft de uitvoering van een goed georganiseerd asielbeleid zeker geen goed gedaan. Warm en koud blazen op politiek vlak in tijden van economische hoogconjunctuur respectievelijk laagconjunctuur, leidt alleen maar tot verwarring bij het imago van ons land in het buitenland.
Een uitgebalanceerde weldoordachte opvangstrategie voor kandidaat-vluchtelingen op nationaal niveau is onmisbaar. Hiervoor denk ik aan efficiënt draaiende overheidsadministraties, voldoende opvangplaatsen (geen hotels of andere tussenoplossingen!), een snelle afhandeling van aanvragen via administratieve en gerechtelijke weg, een nieuw spreidingsplan en vooral een visie op lange termijn. Het mag niet zijn dat de Belgische overheid momenteel het betalen van dwangsommen verkiest boven het investeren in de noodzakelijke omkadering. Een sterk gezamenlijk Europees politiek standpunt kan trouwens ook al wonderen verrichten[6]. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie tot eind 2010 kan hiervoor de uitgelezen kans zijn. Een gelijke lastenverdeling tussen de Europese lidstaten dringt zich op.


[1] VAN DEN BULCK, L (2010). 7000 vluchtelingen staan straks in de kou. Visie, jaargang 26, nr. 28, 1;
(2010, 13 november) “6000 asielzoekers op straat met kerst”. Geraadpleegd op 21 november 2010, op http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/1182113/2010/11/13/6-000-asielzoekers-op-straat-met-kerst.dhtml;
VRT (2010, 21 november) Daklozen overleven in Noordstation. Geraadpleegd op 23 november 2010, op http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/journaal/2.13252/2.13253/1.910764.
DESLOOVER, J (2010, 22 november). Fedasil staakt tegen wanbeleid. Geraadpleegd op 22 november 2010, op http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=Q532IDHL&word=fedasil.
[2] VAN DEN BULCK, L (2010). Werk armoede weg met een degelijke job voor iedereen. Visie, jaargang 26, nr. 29, 10: ‘Door de hoge werkloosheid is er bij mensen van buitenlandse afkomst in België een enorm armoedeprobleem’.
[3] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p. 2, 31-32, 51, 263.
[4] (2010, 19 november). Asielcrisis doet instanties kreunen onder het werk. Metro, p.2;
(2010, 18 november) Aantal aanvragen bij Fedasil op recordniveau. Geraadpleegd op 22 november, op http://m.destandaard.be/artikel.xhtml?contentid=1326412.
[5] (2010, 20 oktober). Wathelet naar Balkan om asiel af te raden. Geraadpleegd op 23 november, op http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=KU30URPN&word=wathelet+naar+balkan.
[6] Cf. de polemiek over rondtrekkende zigeuners in België en vooral Frankrijk tijdens de zomer van 2010.

woensdag 17 november 2010

De millenniumdoelstellingen: een race tegen de klok!

Na het lezen van het boek van DE SWAAN, valt er mij op dat de auteur ons achterlaat met de open vraag: zal het ontstaan van de verzorgingsstaat zoals we die nu in de Westerse samenleving kennen, zich ook gaan manifesteren op mondiaal niveau? Deze open vraag houdt me bezig en vraagt om verder onderzoek. In mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag, ben ik gebotst op het bestaan van de Millenniumdoelstellingen. 'Wat is dat? Bestaat dit?' hoor ik u zeggen, ik moet u antwoorden 'Jawel, deze bestaan echt!'. Hieronder licht ik u mijn antwoord toe.

Welvaart versus armoede
Sinds de oliecrisis begon in de beginjaren zeventig van de 20ste eeuw, davert de verzorgingsstaat in de Westerse landen op zijn vesten. Niettemin blijven de Westerse landen gekend voor hun welvaartmaatschappij, terwijl een groot deel van de wereldbevolking echter nog steeds in armoede leeft. Socioloog A. De Swaan is zich bewust van deze evolutie en verwijst daar reeds naar in zijn voorwoord en zijn slot: wat nu? Zal het collectiviseringsproces dat zich op het niveau van nationale staten heeft afgespeeld, zich straks ook internationaal doorzetten[1]? Met andere woorden: zal de evolutie van de verzorgingsstaat zich ook doortrekken op mondiaal vlak? Kunnen we streven naar een wereld zonder armoede, onderwijs en gezondheid voor iedereen, of blijft dit een illusie? Neen moet ik u antwoorden, want tegen eind 2015 zou er komaf gemaakt worden met deze illusie...

Acht concrete doelstellingen tegen 2015
In het jaar 2000 beslisten de leden van de Verenigde Naties (VN) om de schrijnende armoede tegen het jaar 2015 voorgoed uit de wereld te verbannen. In overleg stelde de VN uiteindelijk een plan met acht doelstellingen of MDG’s (Millennium Development Goals) voorop[2]. Veel van deze mondiale doelstellingen zijn reeds bereikt door de eeuwen heen in de geschiedenis van Europa, maar dus niet in de rest van de wereld. De millenniumdoelstellingen liggen één voor één in de lijn van de thema’s welzijn, onderwijs en gezondheidszorg. Zo wenst men onder meer grote hongersnood in de wereld te verhelpen, kinderen toegang te geven tot basisonderwijs, de vrouwenrechten in te burgeren, de kinder- en moedersterfte te reduceren, besmettelijke ziekten en epidemieën te bestrijden, alsook de nodige aandacht te verscherpen voor duurzame ecologische ontwikkeling. De bekommernissen voor de minst ontwikkelde landen in de wereld staan dus actueel centraal op de internationale politieke agenda’s.

Loze beloften?
In september 2010 hielden ruim 15.000 mensen te Gent een optocht om de internationale politiek en de bevolking te herinneren aan deze ambitieuze doelstellingen. Door de huidige wereldwijde economische crisis blijken echter veel staatsleiders te snoeien in hun budgetten voor internationale hulp. Het onherroepelijke gevolg is dat de MDG’s lijken uit te draaien op loze beloften. Nochtans zijn er reeds knappe initiatieven opgestart die blijk geven dat het ook anders kan. Zo wordt er in diverse landen geïnvesteerd in duurzame landbouw, heeft Peru dankzij lobbywerk en sociale mobilisatie een wet voor universele betaalbare gezondheidszorg, startte er in Honduras enkele jaren geleden een mutualiteitsysteem, en zijn in Cuba het aantal nieuwe HIV-besmettingen gedaald[3].

Iedereen draagt een stuk verantwoordelijkheid
Als burger van een Westers land kan ik alleen maar beamen dat het leven van onze én de komende generaties in belangrijke mate zullen bepaald worden door internationale ontwikkelingen. Liefdadigheidsorganisaties zoals Caritas en 11.11.11 hebben de alarmbel doen luiden dat we momenteel hopeloos achter liggen op het schema van de MDG’s[4]. Willen we voor iedereen een betere wereld op het vlak van welvaart, dan is het engagement van iedereen vereist. Op macroniveau kunnen politici beginnen met een democratisch beleid te voeren waar inspraak van de bevolking hoog in het vaandel wordt gedragen. En op microniveau kunnen wij allen individueel een stuk van de verantwoordelijkheid dragen door bewust om te gaan met het maken van keuzes in ons consumptiepatroon. Want intussen is het vijf voor twaalf: het behalen van de Unesco-millenniumdoelstellingen, hoe je het draait of keert, wordt met zijn allen een race tegen de klok!


[1] DE SWAAN, A (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.12, 24, 264.
[2] DE SMET, E (2010, 27 oktober). Slagen we er echt in om, zoals de millenniumdoelstellingen voorzien, tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren? Kerk & Leven, p. 12;
[3] DEVELTERE, L (2010, november). Werken aan een betere wereld. S-magazine, p. 33; VERGUCHT, S. (2010, 20 september). 'Wereldleiders moeten belofte houden'. Metro, p.4.
[4] VAN HALST, I (2010, 27 oktober). Mensen in de armoede zijn geen nummers, ze hebben allen een gezicht. Kerk & Leven, p. 13.

zondag 31 oktober 2010

Een persoonlijke voorstelling/mijn verwachtingen

Welkom op mijn blog voor het vak Politieke en Sociale Geschiedenis uit de studierichting Sociaal Werk aan de KATHO-IPSOC Kortrijk. Langs deze weg zal ik persoonlijke bijdragen leveren aan thema’s die voor mij een meerwaarde kunnen betekenen.


Hoe kan ik mij kort omschrijven: ik ben sedert een 3-tal jaar werkzaam als kinderverzorgster in een kinderdagverblijf, en sinds vorig jaar combineer ik mijn beroepsactiviteit met de professionele bacheloropleiding Sociaal Werk aan de KATHO. Zowel de opleiding als de waaier aan beroepsmogelijkheden in het maatschappelijk werkveld boeien me uitermate sterk. In het bijzonder de sector van de opvoedingsondersteuning en de hulpverlening spreken me aan. De opleiding Sociaal Werk geeft me een extra bagage aan kennis die ongetwijfeld toepasbaar is in het dagelijks leven en in een eventueel toekomstige job. De combinatie voltijds werken en studeren zorgt ervoor dat er van vrije tijd evenwel niet veel meer over blijft, maar een goede planning kan soms wonderen doen!

Mijn affiniteit met een vak als Politieke en Sociale Geschiedenis ligt in het feit dat ik me sterk interesseer in de actualiteit via diverse communicatiemiddelen (de krant, televisie en internet). Als student in een sociaalwetenschappelijke studierichting vind ik het immers niet meer dan normaal zich te interesseren in de courante sociale problemen die zich voordoen in onze maatschappij. Daarom probeer ik in de mate van het mogelijke dagelijks tijd te maken voor het volgen van de politieke en sociaal geladen verslaggeving in de diverse media.

  
Voor deze blog heb ik bewust gekozen voor een foto waar ik niet zelf sta op afgebeeld. Als hobbyfotograaf heb ik in mijn archief gegraven naar een foto die tegelijk politiek en sociaal geladen is. De foto die uiteindelijk mijn voorkeur wegdroeg betreft een beeld dat me bijgebleven is tijdens de Memorial Day van 20 mei 2010 te Waregem. Deze foto lijkt op het eerste zicht heel eenvoudig, maar de achterliggende betekenis is vanuit historisch perspectief zowel politiek en sociaal uitermate interessant. Bij deze jaarlijkse herdenking van de gesneuvelde Amerikanen in ons land tijdens de Eerste Wereldoorlog, zien we een jongetje met een glimlach op zijn gezicht een bloemstuk neerleggen bij het graf van een soldaat. Een soldaat, die destijds in de Grote Oorlog gestreden heeft in een land ver van huis in het belang van de waarden die wij vandaag de dag zo koesteren in onze samenleving: vrijheid en democratie. Zonder deze opoffering zou er van een verzorgingsstaat zoals wij deze op heden kennen, geen sprake geweest zijn. Deze foto toont met andere woorden aan dat het heden vooral bepaald wordt door gebeurtenissen uit het verleden. En in dit geval, moeten we dankbaar zijn voor deze mensen die hun leven hebben gegeven voor de waarden van onze samenleving.

Ik verwacht dat het boek ‘Zorg en de Staat’ van de Nederlandse auteur A. DE SWAAN me onder meer nieuwe inzichten zal bieden in het historisch ontstaan en de aanpak van sociale problemen, zowel uit het verleden als met een toets naar het heden. In tegenstelling tot veel andere theoretische vakken binnen de opleiding Sociaal Werk, ben ik ervan overtuigd dat dit vak ruimte creëert voor persoonlijke inbreng en interactie over boeiende thema’s met andere studenten. Ik kijk er al naar uit!