Zoeken in deze blog

dinsdag 1 maart 2011

Ruimtelijke segregatie van sociale klassen anno 2011

Een van mijn dromen, net zoals waarschijnlijk zoveel anderen onder ons, is ooit een huis te kunnen kopen. Mijn zoektocht naar een woning of grond botst echter heel vaak met mijn gepland budget. Ik hou al niet van de stadsdrukte, maar de vrije ruimte op het platteland wordt ook stilaan schaarser en dus duurder. Meer en meer buurten lijken voorbehouden te zijn voor de hogere inkomens.
Hoe komt het toch dat de grond- en de vastgoedprijzen de afgelopen jaren zo flink gestegen zijn? Moeten we straks een leven lang slaafs een hypotheek afbetalen in ruil voor de verwezenlijking van één droom? Evolueren we naar een geografische scheiding van arm en rijk? En wat met de modale tweeverdienergezinnen? Kan er een halt aan deze evolutie worden toe geroepen? Is het fenomeen van residentiële wijken niet veel ouder dan vandaag? Een mooi en best amusant gegeven uit de actualiteit nodigde me uit om eens dieper in te gaan op deze kwestie. Volgt u me even...


De rijke klasse op de vlucht… voor de Aldi!
In een residentiële buurt van de Brusselse randgemeente Wemmel reageren welgestelde bewoners furieus op de plannen voor een inplanting van een Aldi in hun straat. Ze vrezen dat de komst van de winkel de rust in de residentiële wijk zal verstoren en de marktwaarde van hun woningen zal doen dalen. Sommigen onder hen zijn van plan hun eigendom te verkopen. Anderen hebben dit reeds gedaan[1]. De rijke klasse op de vlucht… voor de Aldi!  


Ruimtelijke segregatie van sociale klassen in België
Gegevens van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën wijzen uit dat burgers woonachtig in bepaalde gemeenten opmerkelijk welvarender zijn. Zo zijn de burgers met de hoogste inkomens woonachtig in het Oost-Vlaamse Sint-Martens-Latem, gevolgd door gemeenten uit het Leuvense (o.a. Lubbeek, Bierbeek). De randgemeenten rond Brussel (o.a. Sint-Genesius-Rode, Wemmel) en Knokke blijven eveneens hoog scoren op de lijst van hoogste inkomens per inwoner in Belgische gemeenten. Gemeenten met de laagste inkomens situeren zich onder meer in Brussel (o.a. Sint-Joost-ten-Node) en Wallonië[2].

Deze gegevens van de FOD Financiën hangen sterk samen met de vastgoedprijzen op het grondgebied van deze gemeenten. Waar de inkomens gemiddeld hoog zijn, stelt men vast dat de grondprijzen hoog zijn. Waar de inkomens laag zijn, blijkt de marktwaarde van woningen en gronden ook effectief lager te zijn. De huisvestingsmarkt hangt met andere woorden sterk samen met de ruimtelijke spreiding of segregatie van sociale klassen. Chique residentiële buurten hebben dus een aanzuigingskracht op welgestelde burgers, terwijl buurten met een mindere reputatie veeleer mensen uit de lagere sociale klassen aantrekken. Niet toevallig was dit in het verleden ook niet anders.   


De dominante strategie van de 19de eeuwse stadselite
DE SWAAN bestempelt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ het verschijnsel waarbij de rijke burgers zich in de steden wegtrokken uit de buurten waar armen woonden, als de dominante strategie van de 19de eeuwse stadselite. Deze afzondering van sociale klassen in aparte woonwijken noemt DE SWAAN de dominante strategie van het individueel isolationisme.
Hij stelt vast dat juist door deze ruimtelijke segregatie van sociale klassen, de levensomstandigheden in de armere buurten verbeterden door het ontstaan van collectieve dienstverlenende netwerken. Publieke goederen (zoals verharde wegen, openbare scholen) deden hun opmars en mits een financiële bijdrage kon iedereen stilaan gebruik maken van dienstverlenende netwerken (bvb. elektriciteit, telefoon, drinkwatervoorzieningen)[3]. 

Wat DE SWAAN echter niet expliciet benadrukt, is dat dit proces van algemene verbetering van de levensomstandigheden van de armere buurten een heel langzaam en vaak moeizaam proces is geweest.


Risico’s van ruimtelijke segregatie in de 21ste eeuw
In onze huidige complexe consumptiemaatschappij kunnen we vaststellen dat armere buurten echter blijven bestaan. Remedies om deze buurten in een handomdraai op te waarderen bestaan jammer genoeg niet.
Risico’s van een aparte huisvesting van sociale klassen zijn er talrijk. Zo bestaat in armere buurten het risico op gettovorming waarbij mensen met eenzelfde lot zich sterk gaan concentreren met alle gevaren van dien (bvb. ontstaan van subculturen, criminaliteit).  Rijke buurten lopen dan weer het risico een doelwit te worden voor mensen met minder goede bedoelingen (bvb. diefstallen en inbraken). Niet zelden leidt dit er toe dat de rijke buurten al doende steeds meer evolueren naar versterkte burchten (met camera’s en alarmsystemen, private bewaking). 


Een nieuw apartheidsregime
De overheden kunnen hier ingrijpen door in de mate van het mogelijke te voorzien in een mix van sociale klassen op hun grondgebied. Structureel is het van belang een weldoordacht ruimtelijke ordeningsbeleid te voeren. Denk ik dan maar bijvoorbeeld aan het voorzien van voldoende sociale woonwijken verspreid in de stad. Een andere maatregel kan bestaan in het voorzien van betaalbare gronden en woningen. Kleine ingrepen die weliswaar een groot effect kunnen hebben zijn: een aantrekkelijk premiestelsel voor huisvesting, betaalbare gemeente- en grondbelastingen, groenbeheer...
Zoniet dreigen we naar een nieuw apartheidsregime naar Zuid-Afrikaans model te evolueren. Het criterium van onderscheid zal dan niet zijn ‘blank’ of ‘zwart’, maar wel ‘rijk’ of ‘arm’.  Voor deze trend moeten we ons met zijn allen behoeden.
Zo ook moeten geciviliseerde rijke burgers weten dat een nieuwe winkelketen zoals de Aldi niet gelijkstaat met een doodvonnis voor hun beschermde habitat. Het kan hooguit een verrijking zijn van hun buurt!


[1] HERPOL, J. & TELEN, S. (2011, 28 januari). Aldi in chique buurt doet buren verhuizen. Het Nieuwsblad, www.nieuwsblad.be.
[2] TELEN, S. (2011, 2 februari). Het geld zit nog steeds in Sint-Martens-Latem. Het Nieuwsblad, www.nieuwsblad.be.
[3] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.32, 137.