Zoeken in deze blog

maandag 28 februari 2011

Amerikaanse gezondheidszorg blijft zwaar ziek

 
Toen ik onlangs van job veranderde kon ik via het werk kiezen om me in te schrijven voor een gratis hospitalisatieverzekering. Ook mijn gezinsleden konden aan een voordelig tarief intekenen voor deze verzekering. Na het lezen van de polis kwam ik te weten dat een hospitalisatieverzekering best wel meegenomen is in het geval een ziekenhuisopname zich voordoet. In plaats van volledig zelf de kosten te moeten dragen, betaalt de verzekering van de werkgever dan de rekening. Een mens zou moeten gek zijn om zich niet in te schrijven voor een dergelijk extralegaal voordeel, zo lijkt me.

Nu is het echter zo dat een ziekteverzekering heus niet in alle westerse landen zo vanzelfsprekend is. Zo is er in de Verenigde Staten al helemaal geen sprake van een voordelige ziekteverzekering. Hoe komt dit precies? DE SWAAN geeft een schets van het bijzondere geval dat Amerika is. Feit is dat er zich momenteel een interessante evolutie voordoet in wat betreft het voorzien van een ziekteverzekering voor alle Amerikanen.



Miljoenen Amerikanen geen toegang tot betaalbare ziekteverzekering
Onlangs hebben de republikeinen meer dan hun gram gehaald door de uitvoering van de revolutionair goedgekeurde Amerikaanse wet op de ziekteverzekering af te blazen. De verkiezingsbelofte van president OBAMA B. wordt zodoende gedwarsboomd. Naar schatting blijven maar liefst 50 miljoen Amerikanen in de kou staan. De kosten voor het afsluiten van een ziekteverzekering zijn er torenhoog en dus voor vele burgers onbetaalbaar[1].


Amerika hinkt sinds jaar en dag achterop
In tegenstelling tot hun onderwijssysteem en wat men zou denken, zijn de Verenigde Staten als grootmacht nooit de primus van de klas geweest als het aankomt op de uitbouw van de sociale vangnetten. Zo ook is er van een algemene ziekteverzekering geen sprake en berusten de meeste initiatieven bij privéverzekeraars.

DE SWAAN A. legt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ uit waarom de Verenigde Staten niet beschikken over een sterk sociaal zekerheidsapparaat dat stoelt op de schouders van de overheid. Cruciale historische gebeurtenissen zoals de burgeroorlog in de 19de eeuw en de beurscrash van Wallstreet in 1929 legden nochtans de pijnpunten bloot van de gebrekkig sturende overheid. Omdat de sociale wetgeving voornamelijk een bevoegdheid is gebleven van de deelstaten, werd de Amerikaanse gezondheidszorg – in tegenstelling tot de uitbouw van hun nationaal onderwijs – steeds stiefmoederlijk behandeld. Waar de ziektekostenverzekering in de meeste westerse landen een verplicht en afdwingbaar gegeven is, is dit helemaal niet het geval in het land van The Big Apple. Aangezien het initiatief bij de particuliere verzekeraars ligt, en deze als enige doel hebben winst te maken, vallen heel wat minder gefortuneerde burgers uit de boot. Een staatsinmenging dringt zich dan ook op tegen het soms meedogenloze handelen van de commerciële verzekeringsmaatschappijen die de sociaal zwakkeren uitsluit[2].


Reëel risico op discriminatie en het Mattheuseffect
De regels van de vrije markt in de gezondheidszorg, blijven niet zonder gevolgen. Het feit dat miljoenen Amerikanen uitgesloten zijn van een ziekteverzekering, mogen we spreken van discriminatie[3]. Burgers die omwille van uiteenlopende redenen niet kunnen bijdragen tot de ziekteverzekering, zijn in tijden van ziekte volledig uitgesloten van de maatschappij en dreigen zo ook in de marginaliteit te vallen.
Daarnaast is in deze problematiek het risico van het Mattheüseffect prominent aanwezig[4]. Juist omdat de rijkeren de bijdragen voor de ziekteverzekering kunnen betalen, kunnen ze méér dan de arme bevolking beroep doen op de voordelen van de gezondheidszorg. 


Hervormingen dringen zich op
Dat private verzekeringen zonder voldoende controle van de overheid leiden tot mistoestanden, staat vast. Democraat Obama wou met de nationale wet op de ziekteverzekering een einde stellen aan deze misbruiken. De Republikeinse partij besliste daar recent vergeefs anders over. Het zwakke economische klimaat en de vrees voor concurrentieverlies op het vlak van extra personeelskosten in de bedrijfswereld, zullen hier ongetwijfeld een rol gespeeld hebben. Misschien moeten we dan maar uitkijken naar de volgende presidentsverkiezingen in 2012 voor de verwezenlijking van deze American Dream?


23 maart 2010: President Obama die de gezondheidszorg voor alle Amerikanen gelijk wil maken door het instellen van een verplichte ziekteverzekering. Protesten van de republikeinen hebben de uitvoering van de wet echter ongedaan gemaakt.


[1] NEEFS, E. (2009, 22 augustus) Amerikaanse gezondheidszorg is zwaar ziek. De Standaard, www.mediargus.be. 
[2] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.158, 211-217.
[3]OP DE BEECK, M. (red.) (2009) Leidraad economie. Antwerpen: Standaard Uitgeverij, p. 47-50.
[4] NEEFS, E (2009, 22 augustus). Idem.

IPA en de vrees voor afbrokkeling van ons sociaal bestel

Na de financiële crisis van 2008 hebben heel wat bedrijven saneringen doorgevoerd. Denken we maar aan Opel Antwerpen, Carrefour, Beaulieu, waardentransporteur Brink's... In deze tijden is er in veel bedrijven nergens nog zekerheid van werk. Nu de economische vooruitzichten opnieuw enigszins positief ogen, willen de vertegenwoordigers van de werknemers (de vakbonden), terug meer garanties op tafel krijgen voor een sociaal en leefbaar klimaat. Deze besprekingen zullen voor de meeste werknemers, mezelf daarbij gerekend, een impact hebben. Dat we voor onze toekomstige generaties moeten bezuinigen, dat weten we intussen allemaal. Maar dat er geen marge is voor een verhoging van de laagste lonen, stemt tot nadenken. 

Zal de armoede veeleer niet toenemen als er niets aan de laagste lonen wordt gedaan, zeker in de huidige context waar de energieprijzen de pan uit swingen en het leven steeds duurder wordt? Moeten we werkelijk vrezen voor een (verdere) afbrokkeling van onze verzorgingsstaat? Om een antwoord te formuleren op deze vragen, vind ik het interessant eens stil te staan bij de huidige sociale ontwikkelingen.


Nieuw interprofessioneel akkoord (IPA) in de maak
Sinds de jaren 1960 wordt er bijna tweejaarlijks een algemeen kader- of interprofessioneel akkoord afgesloten tussen de vertegenwoordigers van de sociale partners uit de privé-sector, de werkgeversorganisaties en de overheid. De afspraken die deze partijen maken, worden in de loop van de volgende jaren vertaald in onder meer collectieve arbeidersovereenkomsten (CAO’s), paritaire comité’s (PC’s), wetten en besluiten[1].
De huidige onderhandelingen voor een nieuw IPA verlopen echter niet op wieltjes. Vakbonden vrezen voor de afbrokkeling van ons sociaal bestel. Met als gevolg dat ze dreigen met acties, zo ook met een nationale betoging op 4 maart 2011[2].



Dreigende factoren voor het IPA
In het voorlopige IPA staan vier thema’s centraal: de welvaartsvastheid van sociale uitkeringen, de index en loonmarge, het statuut arbeiders en bedienden, en de verlenging van tijdelijke maatregelen (o.a. brugpensioen).
Dreigende factoren voor het vastleggen van een nieuw IPA situeren zich in de politieke en sociaal economische context: de hoge loonkost voor werkgevers, de zware impact van de economische crisis en de aanhoudende Belgische politieke impasse[3].

Daarbij komt dat de tanende verzorgingsstaat sedert de jaren 1970 weinig ruimte heeft voor onderhandelingen die een zware kost betekenen voor de maatschappij. Bepaalde verworvenheden die we bereikt hebben doorheen de jaren vanaf de periode van de industrialisering, zijn niet langer vanzelfsprekend.

DE SWAAN A. beschrijft in zijn boek 'Zorg en de staat' hoe de  sociale maatregelen er voornamelijk gekomen zijn als collectieve bescherming tegen tegenslagen binnen het arbeidersbestaan[4]. Eén voor één zijn de sociale verworvenheden bereikt na lang onderhandelen tussen onder meer vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en de staat. Nu zomaar lukraak snoeien in deze opgebouwde sociale rechten lijkt dan ook uit den boze. Dit wil echter niet zeggen dat er geen hervormingen nodig zijn aan ons systeem van sociale zekerheid. DE SWAAN waarschuwt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ eveneens nog voor een aantal valkuilen en uitdagingen die een impact hebben op de houdbaarheid van ons sociaal bestel: het berekend gedrag van mensen, de individualisering van de samenleving, het Mattheüseffect…[5]. De kloof tussen arm en rijk dreigt met andere woorden verder toe te nemen als er niet dringend wordt ingegrepen op de juiste manier. 

Onze welvaart op de helling
Het belang van het IPA is niet te verwaarlozen, aangezien de krijtlijnen van arbeiders, bedienden en uitkeringsgerechtigden hierin worden vastgelegd.
Het functioneren van de verzorgingsstaat en het verzekeren van onze welvaart vereist een goed sturende overheid. Het is echter aan de sociale partners en de werkgevers om  tot een akkoord te komen dat niet alleen aandacht biedt voor de werknemers, maar ook voor de sociaal zwakkeren onder ons (bvb. werklozen, alleenstaande ouders).
Pensioen, ziekte, werkloosheidsuitkeringen, het zijn tenslotte allemaal begrippen waar we allen vroeg of laat mee geconfronteerd worden. 


[1] FOD WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG, Interprofessioneel akkoord. Geraadpleegd op 26 februari 2011, op http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=23936.
CORTEBEECK, L. (2010). Wat niet is, kan nog komen. IPA-onderhandelingen nog niet afgerond. Visie, 36/66, 11. 
[2] ABVV-FGTB (2011) Pamflet IPA-bis: ruim onvoldoende. Nationale actiedag 4 maart. Geraadpleegd op 28 februari 2011, op http: www.abvv.be. 
[3] ACV (2011) Dossier interprofessioneel akkoord: het ontwerp IPA in een notendop. Geraadpleegd op 26 februari 2011, op http://www.acv-online.be/Sociaal_overleg/Interprofessioneel_akkoord. 
[4] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.161-163, 184, 237.
[5] SCHWITTERS, R. (2000). De verzorgingsstaat : groei en verandering. In R. SCHWITTERS, L. DE GROOT-VAN LEEUWEN, T . HAVINGA & A. BÖCKER, (reds), Recht en samenleving in verandering (pp. 67-87). Deventer : Kluwer.