Zoeken in deze blog

dinsdag 23 november 2010

Onvoldoende opvang voor duizenden asielzoekers in België

DE SWAAN heeft het in zijn boek meermaals over de armen die tijdens de Nieuwe Tijd geweerd werden door de steden en gemeenten. Hij beschrijft de angst van de inheemse bevolking voor de zwervende arme vreemdelingen. Ze kregen de stempel van dieven, verspreiders van ziekten en misdaad. Deze bevolkingsgroep diende bestreden te worden door bijvoorbeeld hoge stadmuren te bouwen en de stadspoorten gesloten te houden. Nu vroeg ik me af in hoeverre mate er heden ten dage nog bevolkingsgroepen zijn die min of meer beschouwd worden als een bedreiging voor onze samenleving. Al vlug botste ik op het probleem van de (economische) migratie. Zo haalt met de regelmaat van de klok het onderwerp van de toevloed aan asielzoekers het nieuws. Hoe komt het toch dat deze groep mensen - voor zover we ze als één groep kunnen beschouwen, want deze mensen hebben meer verschillen dan gelijkenissen, denk maar aan origine en cultuur- telkens maar opnieuw op een weinig rooskleurige manier het nieuws halen? Deze vraag stel ik mezelf. Zijn deze mensen werkelijk een probleem voor onze samenleving? Vormen ze een bedreiging voor onze sociale zekerheid? Moeten we terug grenscontroles voorzien zoals destijds iedere stad zijn hebben en houden verdedigde tegen vreemden? Een poging tot het vinden van een antwoord op al deze vragen lijkt me meer dan de moeite waard. Hieronder vindt u mijn visie op dit 'oud' zeer...  

Explosieve stijging aantal asielzoekers
De afgelopen maanden is er een opmerkelijke stijging van asielaanvragen in België, ondanks de grote regularisatiecampagne eind 2009. Door een gebrek aan een consequent politiek beleid, dreigen naar schatting 6000 tot 7000 asielzoekers geen onderdak te hebben tegen de aankomende eindejaarsperiode[1].
Diverse hulporganisaties zoals Vluchtelingenwerk Vlaanderen waarschuwen voor een humanitaire crisis als er niet dringend wordt opgetreden. De kandidaat-vluchtelingen worden aan hun lot overgelaten en dreigen onverbiddelijk in de armoede te vallen[2].

Asielzoekers: de nieuwe generatie ‘gevaarlijke armen’?
DE SWAAN A. maakt in zijn boek ‘Zorg en de staat’ een schets van de collectivisering van de armenzorg in de westerse maatschappij gedurende de voorbije vijfhonderd jaar. De migratie van armen naar de steden deed zich vooral voor wanneer het elders op het platteland en in andere steden minder goed voor de wind ging. Met de opkomst van de nationale staten werd voorzien in subsidies om de armen te onderhouden op het niveau van de steden. Deze vorm van gelijke lastenverdeling werd bekomen nadat eerder gebleken had dat de solidariteit tussen de steden voorheen faalde. Geen enkele stad wou immers in perioden van hongersnood en economische crisissen instaan voor het onderhoud van arme vreemdelingen. Deze vreemdelingen werden dan ook beschouwd als een algemene bedreiging voor de stadskas[3].

Heden is het echter zo dat kandidaat-vluchtelingen de Belgische instellingen overspoelen, waardoor de effecten van de duurzame initiatieven voor asielzoekers op de helling komen te staan. Een gecoördineerde solidaire to the point aanpak van het asielprobleem door de overheid dringt zich met andere woorden nu ook op. Al was het maar om te vermijden dat asielzoekers – zoals bepaalde politieke partijen insinueren – de stempel van ‘gevaarlijke armen’ opgeplakt krijgen, wat tot een voedingsbodem voor extremisme kan leiden.

Liever kwijt dan rijk in tijden van economische crisis
In groeiende economische tijden wordt er op internationaal vlak steevast reclame gemaakt om economische migranten hier tewerk te stellen. Wanneer het dan slecht gaat, kunnen politici niet snel genoeg een halt toeroepen aan de toestroom van vreemdelingen. Diezelfde vreemdelingen die dan als het ware een arbeidsreservoir vormen voor wanneer de economie terug opleeft.
De financiële draagkracht alsook de werking van de gemeenten (de OCMW’s) en de federale bevoegde instanties (FEDASIL, het Commissariaat voor Vluchtelingen en Staatlozen, Vreemdelingenzaken), schieten momenteel ernstig tekort aan het uitvoeren van hun basisopdrachten[4]. Dat men deze sterk heterogene bevolkingsgroep dan liever kwijt is dan rijk, hoeft geen betoog. Zelfs staatsbezoeken van ontslagnemend premier Y. LETERME en bevoegd staatssecretaris voor asiel en migratie M. WATHELET aan een aantal Oostbloklanden, dienden ervoor de plaatselijke bevolking expliciet af te raden naar België te komen voor het aanvragen van asiel[5]. 

Remedies?
De politieke impasse van de afgelopen jaren in België heeft de uitvoering van een goed georganiseerd asielbeleid zeker geen goed gedaan. Warm en koud blazen op politiek vlak in tijden van economische hoogconjunctuur respectievelijk laagconjunctuur, leidt alleen maar tot verwarring bij het imago van ons land in het buitenland.
Een uitgebalanceerde weldoordachte opvangstrategie voor kandidaat-vluchtelingen op nationaal niveau is onmisbaar. Hiervoor denk ik aan efficiënt draaiende overheidsadministraties, voldoende opvangplaatsen (geen hotels of andere tussenoplossingen!), een snelle afhandeling van aanvragen via administratieve en gerechtelijke weg, een nieuw spreidingsplan en vooral een visie op lange termijn. Het mag niet zijn dat de Belgische overheid momenteel het betalen van dwangsommen verkiest boven het investeren in de noodzakelijke omkadering. Een sterk gezamenlijk Europees politiek standpunt kan trouwens ook al wonderen verrichten[6]. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie tot eind 2010 kan hiervoor de uitgelezen kans zijn. Een gelijke lastenverdeling tussen de Europese lidstaten dringt zich op.


[1] VAN DEN BULCK, L (2010). 7000 vluchtelingen staan straks in de kou. Visie, jaargang 26, nr. 28, 1;
(2010, 13 november) “6000 asielzoekers op straat met kerst”. Geraadpleegd op 21 november 2010, op http://www.hln.be/hln/nl/957/Belgie/article/detail/1182113/2010/11/13/6-000-asielzoekers-op-straat-met-kerst.dhtml;
VRT (2010, 21 november) Daklozen overleven in Noordstation. Geraadpleegd op 23 november 2010, op http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/programmas/journaal/2.13252/2.13253/1.910764.
DESLOOVER, J (2010, 22 november). Fedasil staakt tegen wanbeleid. Geraadpleegd op 22 november 2010, op http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=Q532IDHL&word=fedasil.
[2] VAN DEN BULCK, L (2010). Werk armoede weg met een degelijke job voor iedereen. Visie, jaargang 26, nr. 29, 10: ‘Door de hoge werkloosheid is er bij mensen van buitenlandse afkomst in België een enorm armoedeprobleem’.
[3] DE SWAAN, A. (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p. 2, 31-32, 51, 263.
[4] (2010, 19 november). Asielcrisis doet instanties kreunen onder het werk. Metro, p.2;
(2010, 18 november) Aantal aanvragen bij Fedasil op recordniveau. Geraadpleegd op 22 november, op http://m.destandaard.be/artikel.xhtml?contentid=1326412.
[5] (2010, 20 oktober). Wathelet naar Balkan om asiel af te raden. Geraadpleegd op 23 november, op http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=KU30URPN&word=wathelet+naar+balkan.
[6] Cf. de polemiek over rondtrekkende zigeuners in België en vooral Frankrijk tijdens de zomer van 2010.

woensdag 17 november 2010

De millenniumdoelstellingen: een race tegen de klok!

Na het lezen van het boek van DE SWAAN, valt er mij op dat de auteur ons achterlaat met de open vraag: zal het ontstaan van de verzorgingsstaat zoals we die nu in de Westerse samenleving kennen, zich ook gaan manifesteren op mondiaal niveau? Deze open vraag houdt me bezig en vraagt om verder onderzoek. In mijn zoektocht naar een antwoord op deze vraag, ben ik gebotst op het bestaan van de Millenniumdoelstellingen. 'Wat is dat? Bestaat dit?' hoor ik u zeggen, ik moet u antwoorden 'Jawel, deze bestaan echt!'. Hieronder licht ik u mijn antwoord toe.

Welvaart versus armoede
Sinds de oliecrisis begon in de beginjaren zeventig van de 20ste eeuw, davert de verzorgingsstaat in de Westerse landen op zijn vesten. Niettemin blijven de Westerse landen gekend voor hun welvaartmaatschappij, terwijl een groot deel van de wereldbevolking echter nog steeds in armoede leeft. Socioloog A. De Swaan is zich bewust van deze evolutie en verwijst daar reeds naar in zijn voorwoord en zijn slot: wat nu? Zal het collectiviseringsproces dat zich op het niveau van nationale staten heeft afgespeeld, zich straks ook internationaal doorzetten[1]? Met andere woorden: zal de evolutie van de verzorgingsstaat zich ook doortrekken op mondiaal vlak? Kunnen we streven naar een wereld zonder armoede, onderwijs en gezondheid voor iedereen, of blijft dit een illusie? Neen moet ik u antwoorden, want tegen eind 2015 zou er komaf gemaakt worden met deze illusie...

Acht concrete doelstellingen tegen 2015
In het jaar 2000 beslisten de leden van de Verenigde Naties (VN) om de schrijnende armoede tegen het jaar 2015 voorgoed uit de wereld te verbannen. In overleg stelde de VN uiteindelijk een plan met acht doelstellingen of MDG’s (Millennium Development Goals) voorop[2]. Veel van deze mondiale doelstellingen zijn reeds bereikt door de eeuwen heen in de geschiedenis van Europa, maar dus niet in de rest van de wereld. De millenniumdoelstellingen liggen één voor één in de lijn van de thema’s welzijn, onderwijs en gezondheidszorg. Zo wenst men onder meer grote hongersnood in de wereld te verhelpen, kinderen toegang te geven tot basisonderwijs, de vrouwenrechten in te burgeren, de kinder- en moedersterfte te reduceren, besmettelijke ziekten en epidemieën te bestrijden, alsook de nodige aandacht te verscherpen voor duurzame ecologische ontwikkeling. De bekommernissen voor de minst ontwikkelde landen in de wereld staan dus actueel centraal op de internationale politieke agenda’s.

Loze beloften?
In september 2010 hielden ruim 15.000 mensen te Gent een optocht om de internationale politiek en de bevolking te herinneren aan deze ambitieuze doelstellingen. Door de huidige wereldwijde economische crisis blijken echter veel staatsleiders te snoeien in hun budgetten voor internationale hulp. Het onherroepelijke gevolg is dat de MDG’s lijken uit te draaien op loze beloften. Nochtans zijn er reeds knappe initiatieven opgestart die blijk geven dat het ook anders kan. Zo wordt er in diverse landen geïnvesteerd in duurzame landbouw, heeft Peru dankzij lobbywerk en sociale mobilisatie een wet voor universele betaalbare gezondheidszorg, startte er in Honduras enkele jaren geleden een mutualiteitsysteem, en zijn in Cuba het aantal nieuwe HIV-besmettingen gedaald[3].

Iedereen draagt een stuk verantwoordelijkheid
Als burger van een Westers land kan ik alleen maar beamen dat het leven van onze én de komende generaties in belangrijke mate zullen bepaald worden door internationale ontwikkelingen. Liefdadigheidsorganisaties zoals Caritas en 11.11.11 hebben de alarmbel doen luiden dat we momenteel hopeloos achter liggen op het schema van de MDG’s[4]. Willen we voor iedereen een betere wereld op het vlak van welvaart, dan is het engagement van iedereen vereist. Op macroniveau kunnen politici beginnen met een democratisch beleid te voeren waar inspraak van de bevolking hoog in het vaandel wordt gedragen. En op microniveau kunnen wij allen individueel een stuk van de verantwoordelijkheid dragen door bewust om te gaan met het maken van keuzes in ons consumptiepatroon. Want intussen is het vijf voor twaalf: het behalen van de Unesco-millenniumdoelstellingen, hoe je het draait of keert, wordt met zijn allen een race tegen de klok!


[1] DE SWAAN, A (2004). Zorg en de staat. Amsterdam: Bert Bakker, p.12, 24, 264.
[2] DE SMET, E (2010, 27 oktober). Slagen we er echt in om, zoals de millenniumdoelstellingen voorzien, tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren? Kerk & Leven, p. 12;
[3] DEVELTERE, L (2010, november). Werken aan een betere wereld. S-magazine, p. 33; VERGUCHT, S. (2010, 20 september). 'Wereldleiders moeten belofte houden'. Metro, p.4.
[4] VAN HALST, I (2010, 27 oktober). Mensen in de armoede zijn geen nummers, ze hebben allen een gezicht. Kerk & Leven, p. 13.